Maatschappij VS Corona

Zoals jullie allemaal in Don’s stukje hebben kunnen lezen hebben we een nieuwe toerist in het land die de boel flink op stelten aan het zetten is. Menig man is thuis aan het werk, zo ook de mijne, supermarkten worden overspoeld en mensen gaan spontaan flink naar buiten om te wandelen met hun kinderen die het liefst ook niet meer op school worden achtergelaten. Gelukkig zijn er nog altijd mensen die wel heel hard aan het werk zijn. Zoals ikzelf. Ik werk in de zorg.

 

Nee niet als verpleegkundige, dus mijn werk is zeker niet net zo belangrijk als alle verplegers die nu de corona elke dag recht in de ogen kijken en mensen hun levens aan het redden zijn. Maar ik werk wel op een plek waar mijn patiënten niet zomaar weg kunnen. Die niet zomaar naar het ziekenhuis kunnen wanneer het virus toeslaat. Ik werk in een tbs kliniek. Ik werk er nu vooral aan om ervoor te zorgen dat Covid-19 niet binnen onze muren komt. Mijn functie is compleet veranderd sinds de noodtoestand is uitgeroepen. Een groot onderdeel van mijn functie was het ervoor zorgen dat mijn patiënten deelnamen aan de orde van de dag. Hun werkblokken en therapieën volgen bijvoorbeeld. Ze erop aanspreken dat ze daar naartoe moeten vertrekken, ervoor zorgen dat ze aan tafel komen voor de maaltijd. In de ochtend en avond een kleine groepssessie om te vragen naar hun dag en het voeren van individuele gesprekken.

 

 

“Maar alles veranderde toen het coronavirus aanviel.” Zoals op elke werkplek (hopelijk), zijn er enorme aanpassingen gaande op die van mij. Er vinden geen groepsgesprekken meer plaats. Zittingen voor het verloop van patiënten hun traject gebeurt nu via Skype. Intake gesprekken voor vervolgsettingen voor mijn patiënten zijn uitgesteld. Onze patiënten mogen niet meer aan tafel hun maaltijd nuttigen, maar dienen dit ieder op hun eigen kamer te doen. Bezoek ontvangen is niet langer mogelijk en de patiënten die uitgaansvergunningen hebben, zullen hier nu geen gebruik van kunnen maken. Ze dienen net als iedereen 1,5 meter afstand van elkaar te houden (probeer dat maar eens voor elkaar te krijgen bij het uitdelen van de medicatie). Ik moet eerlijk toegeven dat ik had verwacht dat het erger zou zijn. Dat ik had gedacht dat onze populatie minder begripvol zou zijn naar de situatie en hiertegen ging rebelleren. Niets is minder waar. Ik kan met trots zeggen dat mijn patiënten zelfs bijdragen aan het veilig houden van hun omgeving. Natuurlijk moet iedereen er af en toe aan herinnerd worden, maar dit gaat echt goed. Uiteraard moeten collega’s met symptomen een mondmasker dragen, maar ook hier wordt goed op gereageerd. Alsof bij onze patiënten ook een soort overlevingsinstinct inkickt.

 

Aan het einde van dit verhaaltje over mijn werk in de zorg en hoe hard dit veranderd is, wil ik toch ook nog even iets benadrukken. Niet alleen de mensen in de zorg (op alle verschillende levels) zijn hard aan het werk, maar ook mensen in andere branches waar je misschien niet direct aan denkt en met banen die meestal als minderwaardig worden gezien. Denk maar aan alle mensen die werken in distributiecentra om al dat wc papier terug aan te vullen wat wij massaal aan het hamsteren zijn. Of aan die vulploegmedewerker en dat kassameisje van je plaatselijke super. Om nog maar te zwijgen van de mensen die ons afval op komen halen of de chauffeurs van de bus. Die werken onvermoeibaar door. En iedereen heeft te maken met zieke collega’s, wiens werk overgenomen moet worden. Elke dag weer. Ik weet dat ik nog een heleboel vakgebieden niet heb opgenoemd die ongetwijfeld ook enorm hard aan het werk zijn om onze maatschappij draaiende te houden, maar denk er maar eens over na. Wie van ons heeft nu echt een belangrijke baan?